De transitieregeling binnen de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (WWZ) houdt de gemoederen bezig. Minister Asscher kondigde een overgangsregeling aan op 24 februari dit jaar om zo situaties op te lossen bij met name bedrijven met tijdelijke arbeidsovereenkomsten. CBBS plaatst een kritische noot bij deze overgangsregeling. 

De overgangsregeling is in het leven geroepen voor tijdelijke krachten in sectoren zoals horeca, recreatie en tuinbouw. Eerder besteedden wij al aandacht aan deze regeling; belangrijk voor veel van onze klanten. De overgangsregeling is wederom reden om aandacht te schenken aan dit onderwerp. Wij stelden minister Asscher een kritische vraag.

Uitstel bij garantie op werk
De regeling die minister Asscher op 24 februari jl. invoerde, houdt in het kort het volgende in:

Als een werkgever bij afloop van een arbeidscontract de garantie biedt dat de werknemer binnen zes maanden weer bij hem aan de slag kan, hoeft geen transitievergoeding te worden betaald. Die garantie moet een nieuwe (tijdelijke of vaste) arbeidsovereenkomst zijn die ingaat binnen zes maanden te rekenen vanaf het moment waarop de tijdelijke arbeidsovereenkomst eindigt. De betreffende periode van het dienstverband kan op een later moment weer meetellen voor het recht op en de hoogte van de transitievergoeding.

Tijdelijk ontslag
Dit uitstel kan van grote betekenis zijn voor de transitievergoeding bij bedrijfstakken, zoals bouw, schilders en stukadoors. Er zijn veel bedrijven die een ‘laagseizoen’ kennen of last hebben van tijdelijke economische tegenwind. Hier gebeurt het regelmatig dat werknemers, ondanks een vast contract van soms vele jaren, tijdelijk ontslag accepteren met wederzijds goedvinden (vaststellingsovereenkomst). Dat ontslag geldt dan voor een periode van enkele maanden, maar altijd korter dan zes maanden. De werkgever garandeert dat de werknemer weer kan terugkeren binnen zes maanden. Dat lijkt dus sterk op de ‘garantie op werk’ binnen de WWZ, met dien verstande, dat hier sprake is van een arbeidsverleden met een vast contract dat binnen zes maanden ook weer wordt hersteld.

Gelijke monniken, gelijke kappen
CBBS vindt dat ook hier sprake zou moeten zijn van het opschorten van de transitievergoeding. Immers, er is sprake van gegarandeerde terugkeer en de hoogte van de transitievergoeding bij feitelijk ontslag wordt niet gekort. Dit is zelfs eerder gunstig voor de werknemer, omdat op deze manier de teller eerder bij tien dienstjaren is met de bijbehorende verhogende werking.

Bovendien vinden wij dat het woord ‘transitie’ ook impliceert dat er sprake moet zijn van vertrek zonder terugkeer. In geval van tijdelijk ontslag is geen sprake van transitie of overgang naar een andere werkgever die vergoed zou moeten worden.

Daarom stelden wij de minister de volgende vraag: “Waarom bij terugkeer van kort ontslag na een tijdelijk contract wel de transitievergoeding uitstellen en bij kort ontslag na een vast contract niet?”

Het antwoord laat ongetwijfeld nog even op zich wachten, maar we hopen uiteraard op een positieve reactie. We houden u op de hoogte!

 Terug naar overzicht

Section titel

Section content

Wij staan voor u klaar

Wij ondersteunen u graag bij vragen en nuttige informatie voor het gebruik van onze service.

Stuur een mail

Onze klantenservice zit voor u klaar (binnen 1 werkdag een reactie)

Bel 070 335 30 00

Op werkdagen van 08:30 tot 17:30 of laat u terugbellen

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief