Per 2015 verplichte overgang naar de werkkostenregeling (WKR)

Op 1 januari 2015 is de WKR verplicht geworden en is er dus een einde gekomen aan het sinds 2011 geldende keuzeregime voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen door de werkgever. Binnen de WKR is alles wat wordt vergoed en verstrekt aan een werknemer loon, maar daartegenover staan wel een vrije ruimte, een aantal gerichte vrijstellingen en een nihilwaardering voor een aantal voorzieningen (loon in natura) op de werkplek.

  • Het kan zijn dat de arbeidsvoorwaarden moeten worden aangepast bij een overstap naar de WKR. Hiervoor is toestemming nodig van de werknemers en eventueel de ondernemingsraad.
  • De WKR kent ook een gebruikelijkheidstoets. Dit houdt in dat de vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate (30% of meer) mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Dit betreft de totale omvang van de vergoedingen en verstrekkingen die zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gebruikelijkheidstoets wordt waarschijnlijk op termijn aangescherpt.

 

Vanaf 2015 drie nieuwe gerichte WKR-vrijstellingen

Binnen de WKR bestaan gerichte vrijstellingen voor een aantal vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de dienstbetrekking. Dit betreft vervoer (tot maximaal € 0,19 per kilometer), tijdelijke verblijfkosten, cursussen, congressen e.d., studie- en opleidingskosten en outplacement (waaronder vakliteratuur en inschrijvingskosten beroepsregister), maaltijden bij overwerk, koopavonden en dienstreizen, verhuiskosten en extraterritoriale kosten. Vanaf 2015 komen daar drie nieuwe gerichte vrijstellingen bij. Dit betreft: gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur (waaronder tablets), bepaalde voorzieningen die (gedeeltelijk) op de werkplek worden ge- of verbruikt en personeelskortingen op branche-eigen producten. Hierbij geldt een noodzakelijkheidstoets.

  • Of een vergoeding of verstrekking noodzakelijk is voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, is in eerste instantie aan de werkgever om te beoordelen. Daarbij geldt wel een redelijkheidstoets.
  • Toepassing van deze gerichte vrijstellingen heeft dus geen gevolgen voor de vrije ruimte, maar dan moet wel worden voldaan aan alle daarvoor geldende voorwaarden.
  • Een eventueel bovenmatig deel van de gerichte vrijstellingen kan worden ondergebracht in de vrije ruimte, zodat deze vergoedingen en verstrekkingen toch volledig onbelast kunnen blijven.

 

Maak in 2015 gebruik van nieuwe vrijstelling voor voorzieningen op de werkplek

Tot 1 januari 2015 geldt voor een aantal voorzieningen op de werkplek een nihilwaardering, als deze ter beschikking worden gesteld aan werknemers. Vanaf 2015 komt er een gerichte vrijstelling voor twee van deze voorzieningen op de werkplek, niet alleen bij een terbeschikkingstelling maar ook in geval van een vergoeding of verstrekking. Dit zijn de ARBO-voorzieningen en hulpmiddelen die ook elders kunnen worden gebruikt en (nagenoeg) volledig zakelijk worden gebruikt (90%).

  • Onder werkplek wordt verstaan iedere plaats die wordt gebruikt voor het verrichten van arbeid en waarvoor voor de werkgever de ARBO-wet van toepassing is. Een werkruimte in een woning, schip of woonwagen valt hier in principe niet onder, tenzij de werkgever arboverantwoordelijk is voor die plek.

 

Toets vrije ruimte van de WKR vanaf 2015 eenmalig en reken jaarlijks af

Werkgevers hoeven vanaf 2015 nog maar één keer per jaar vast te stellen wat hun verschuldigde belasting in het kader van de WKR is. Hierdoor is het niet meer nodig om per aangiftetijdvak te toetsen of de vrije ruimte wordt overschreden. De eventueel verschuldigde belasting wordt afgedragen in het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.

  • De jaarlijkse afrekenmogelijkheid is optioneel. Een werkgever kan ervoor kiezen om de loonbelasting al eerder in gedeelten af te dragen.
  • Bij het berekenen van het bedrag dat in de vrije ruimte moet worden ingeboekt, kan de werkgever met de inspecteur afspreken dat hij de gemiddelde BTW-druk over de verschillende voorzieningen uit de vrije ruimte in aanmerking neemt in plaats van afzonderlijke vastleggingen inclusief BTW.

 

Pas vanaf 2015 de concernregeling in de WKR toe

De WKR kan vanaf 2015 op concernniveau worden toegepast door de introductie van de zogenoemde concernregeling. De moedermaatschappij moet dan wel tenminste 95% van de aandelen in de (klein)dochtermaatschappij(en) houden gedurende het gehele jaar. Bij overschrijding van de gezamenlijke vrije ruimte moet de verschuldigde belasting worden aangegeven en afgedragen door het concernonderdeel met de grootste loonsom, waarover loonbelasting is geheven.

  • De concernregeling wordt ook opengesteld voor stichtingen die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht een eenheid vormen.
  • Bij de toepassing van de concernregeling zijn de betrokken werkgevers hoofdelijk aansprakelijk voor de eindheffing die het concern is verschuldigd in het kader van de WKR.
  • Alle inhoudingsplichtigen moeten in hun administratie een aantal gegevens vastleggen voor het berekenen van de verschuldigde belasting in het kader van de WKR en het bepalen van de inhoudingsplichtige die deze belasting aangeeft en afdraagt. Het gaat dan onder meer om het verstrekte loon (exclusief eindheffingsloon), een overzicht van de vergoedingen en verstrekkingen die zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel en waarvoor geen gerichte vrijstelling van toepassing is, en het loonheffingennummer van de andere deelnemende concernonderdelen.

 Terug naar overzicht

Section titel

Section content

Wij staan voor u klaar

Wij ondersteunen u graag bij vragen en nuttige informatie voor het gebruik van onze service.

Stuur een mail

Onze klantenservice zit voor u klaar (binnen 1 werkdag een reactie)

Bel 070 335 30 00

Op werkdagen van 08:30 tot 17:30 of laat u terugbellen

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief