Met de invoering van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters geldt sinds 1 januari 2014 dat de Ziektewetuitkering van een zieke werknemer (ziekengeld) aan diens laatste werkgever kan worden toegerekend. Hetzelfde geldt voor een eventuele WGA-uitkering die volgt op het ziekengeld.

De mogelijkheid om na uitdiensttreding een beroep te doen op een uitkering volgens de Ziektewet bestaat al langer, maar omdat de premie voor de Ziektewet via het Wachtgeld liep, werd deze ziekte toegerekend aan de sector. Sinds de invoering van de nieuwe premie WHK, waar de premie Ziektewet een onderdeel van is, is dit gewijzigd. Er zijn vier situaties waarin een werknemer aanspraak kan maken op ziekengeld terwijl hij niet (meer) in dienstbetrekking is. Het betreft:

  1. Personen die geen arbeidsovereenkomst hebben gehad, maar wiens arbeidsverhouding op grond van de Ziektewet wel aan een arbeidsovereenkomst gelijk wordt gesteld (ook wel ‘fictieve dienstbetrekking’ genoemd). Deze personen verkeren sociaaleconomisch in een vergelijkbare positie als werknemers, zodat de wetgever ook hen graag de bescherming van de Ziektewet wilde bieden. Voorbeelden daarvan zijn de kleine aannemer (die geen zelfstandige of thuiswerker is), de bestuurder van een cooperatie met werknemersbestuur, musici e.d.
  2. Werknemers die binnen vier weken na het einde van het dienstverband ongeschikt tot werken worden (niet van toepassing indien de werknemer een WW-uitkering geniet en vervolgens ziek wordt).
  3. De werknemer wiens arbeidsovereenkomst eindigt binnen 104 weken na de eerste ziektedag (de werknemer die ziek uit dienst gaat).
  4. De werknemer die een WW-uitkering geniet en die vervolgens ziek wordt. De eerste 13 weken van ziekte ontvangt de werknemer nog een WW-uitkering (artikel 20 lid 6 sub a Werkloosheidswet), daarna wordt de WW-uitkering stopgezet en maakt de werknemer aanspraak op ziekengeld (artikel 29 lid 2 sub d Ziektewet).

In de situatie van de eerste drie groepen personen wordt het verstrekte ziekengeld wel meegenomen in de vaststelling van de gedifferentieerde premie voor de Ziektewet (artikel 117b lid 1 sub b Wet financiering sociale verzekeringen). In de situatie van de vierde groep personen gebeurt dit niet.

Voor een werkgever is het dus gunstig dat een werknemer niet ziek uit dienst gaat. Dit betekent niet dat een nog zieke werknemer hersteld kan worden gemeld, zodat de werknemer niet ziek uit dienst gaat. De werknemer zal dan immers eerst een WW-uitkering moeten aanvragen en zich daarna alsnog ziek melden (hij is door de ziekte immers niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt), waarna het UWV bij het toetsen van de ziekmelding relatief makkelijk kan achterhalen dat de werknemer al langer ziek is, met alle gevolgen van dien. Voor een werknemer is het gunstiger ziek uit dienst te gaan. De aanspraak op een WW-uitkering wordt daardoor uitgesteld, zodat langer recht op een uitkering bestaat.

Bron: http://dirkzwagerarbeidsrecht.nl/2014/02/21/uit-dienst-en-ziek-wie-betaalt-de-rekening/

 Terug naar overzicht

Section titel

Section content

Wij staan voor u klaar

Wij ondersteunen u graag bij vragen en nuttige informatie voor het gebruik van onze service.

Stuur een mail

Onze klantenservice zit voor u klaar (binnen 1 werkdag een reactie)

Bel 070 335 30 00

Op werkdagen van 08:30 tot 17:30 of laat u terugbellen

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief