De raad van state is niet te spreken over een wetsvoorstel van het kabinet om de ontslagvergoeding te maximeren op een jaarsalaris bij werknemers die jaarlijks €75.000 of meer verdienen. Dit staat in een advies van de Raad, welke samen met het wetsvoorstel naar de tweede kamer is gestuurd.
In dit advies staat dat het kabinetsvoorstel tot ongelijkheid kan leiden. Een voorbeeld hiervan is: Twee medewerkers hebben exact dezelfde leeftijd en aantal dienstjaren. De ontslagvergoeding welke aan deze medewerkers wordt toegekend kan zeer uiteen lopen wanneer de medewerker net € 75.000 of meer verdiende en de andere € 74.999. De aftopping tot een jaarloon geldt immers alleen voor de eerste medewerker, terwijl de tweede wel meer dan twaalf maandsalarissen kan meekrijgen.
Ook is het voor de Raad van State niet onvoldoende onderbouwd waar de grens van €75.000 op is gebaseerd.
De Raad van State vindt tevens dat het kabinet nu nauwelijks toelicht wat het nut is van het wetsvoorstel, namelijk: het tegengaan van onnodig hoog geachte kosten van ontslag.
Het adviesorgaan wijst erop dat de kantonrechters afgelopen najaar besloten hebben hun rekenmodule voor de hoogte van ontslagvergoedingen te herzien. Die vergoedingen vallen daardoor per saldo al lager uit sinds 1 januari.
Volgens de Raad gaat het kabinet er nu ook te makkelijk vanuit dat een werknemer met een jaarsalaris boven €75.000 hoogopgeleid is en hierdoor een goede positie op de arbeidsmarkt heeft. De Raad voegt hieraan toe: ‘het salaris alleen kan niet gelden als directe indicatie van de arbeidsmarktkansen’.
De raad van State beaamt de tekst in het wetsvoorstel waaruit blijkt dat er bij de toekenning van een ontslagvergoeding rekening gehouden moet worden met de weerbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt. Maar juist door het aftoppen van de vergoeding kan de rechter minder goed de persoonlijke omstandigheden meewegen. Want de werknemer krijgt hoe dan ook niet meer dan het begrensde bedrag mee, hoe matig zijn kansen ook zijn. Terwijl werknemers naar wij juist veel vraag is, al bij hun indiensttreding een hogere ontslagvergoeding kunnen eisen. Daarbij meent de Raad van State dat het wetsvoorstel nadelig kan uitpakken voor werknemers die niet een jaarsalaris hebben van minstens € 75.000. Zo mogen rechters desgewenst het werkgeversdeel van de pensioenpremie en de vergoeding van de leaseauto bij het jaarsalaris optellen, waardoor iemand ongemerkt toch op € 75.000 zit.
Het is ook niet duidelijk doe de aftopping van de ontslagvergoeding kan bijdragen aan een hogere arbeidsdeelname. De Raad heeft geadviseerd nog een toelichting bij het voorstel te schrijven alvorens het naar de kamer te sturen. Ondanks dit advies heeft minister Donner dit onlangs toch gedaan. Hij gaf hiervoor als reden aan dat er voldoen ruimte is om recht te doen aan de arbeidsmarktpositie van werknemers. Hij stelt tevens dat het voorstel de arbeidsdeelname inderdaad niet verhoogt, maar dat dit ook niet het doel is. Met het voorstel kwam volgens de minister een eind aan de ruzie tussen werkgevers en de vakbonden over een soepeler ontslagrecht. Daardoor praten zij nu over maatregelen die de arbeidsparticipatie wel bevorderen, zoals scholing en van werk-naar-werktrajecten.

Bron: Financieel Dagblad

 Terug naar overzicht

Section titel

Section content

Wij staan voor u klaar

Wij ondersteunen u graag bij vragen en nuttige informatie voor het gebruik van onze service.

Stuur een mail

Onze klantenservice zit voor u klaar (binnen 1 werkdag een reactie)

Bel 070 335 30 00

Op werkdagen van 08:30 tot 17:30 of laat u terugbellen

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief